Skip to content

in the press

Gibson Houwer en Tammo Kersbergen: Het enthousiasme van de drums

Slagwerkkrant| kevin Pasman | juli 2011
 

Rammelende indierock alsof de tijd twintig jaar heeft stilgestaan. Het Utrechtse Lost Bear
doet het op hun nieuwe album ‘Limshasa’ met verve. Gibson Houwer en Tammo Kersbergen
voorzien de muziek van krachtig slagwerk.

Inderdaad: twee drummers. ‘Stefan, Casper en Gino kende ik al en die waren net een nieuwe
band begonnen’, legt Houwer uit. ‘Ik zei: ik wil daarin. Ze zeiden: maar we hebben al een
drummer. Toen zei ik: ja, maar je wil mij ook in die band. Ik kom toch.’
Zijn mededrummer was destijds Ferdinand Breil. Deze vertrok tijdens de opnamen
voor ‘Limshasa’. Zijn vervanger was snel gevonden; Kersbergen leidde de opnamen voor het
album en drumt zelf ook. Houwer: ‘Toen Ferdi eruit stapte gingen we twee weken op tour
op de Balkan en we wilden snel verder met iemand die de nummers goed kenden en die we
mogen. Die keuze was snel gemaakt. Dat was wel even spannend, want we hadden nog nooit
met hem gespeeld, maar dat was vrij snel heel goed.’ Op het album is Breil nog te horen.
Kersbergen: ‘Ik ben wel te horen, maar dat is de cowbell op het nummer Peanuts.’
Kersbergen’s functie lijkt ook eerder die van een percussionist: ‘Het uitgangspunt was ook
niet dat je meer kunt met twee drummers.’ ‘Maar dat het vetter is’, vult Houwer aan. ‘We
wilden geen combinatie van twee drummers die hetzelfde spelen, omdat we een vrij
rommelige indiebandzijn. Dan moet je ook niet willen dat ze hetzelfde spelen, maar het
uitbreiden. Soms versterkt het elkaar als je ongeveer hetzelfde speelt.’
Dat Houwer op een stalen snare en Kersbergen op een houten speelt is toeval.
Kersbergen: ‘Dat was geen bewuste keuze. Voor mij is het drummen wel echt iets wat ik erbij
doe; ik heb nog geen geld apart kunnen zetten voor een nieuwe snare. Als ik het geld had,
had ik waarschijnlijk een stalen Ludwig-snare gekocht. Dit is eigenlijk een tom die ik zelf
omgebouwd heb tot snare.’
De drums voor ‘Limshasa’ werden opgenomen in Theater Kikker in Utrecht. ‘We hadden
de mogelijkheid om daar op te nemen en daar zijn we met heel veel spullen heen gegaan.
Zonder idee, gewoon om op te nemen’, aldus Kersbergen. ‘We wilden de twee drummers
tegelijkertijd opnemen met alle muzikanten erbij, zodat het gevoel van live spelen erin zit’,
voegt Houwer toe.
‘Het moest een ruimte met veel galm zijn, zodat het enthousiasme van de drums te horen is’,
gaat Kersbergen verder. Als er dan hard gespeeld wordt, hoor je ook meer galm. Uiteindelijk
zijn we bij Theater Kikker terechtgekomen, omdat Gibson daar werkt en we een week de
grote zaal konden gebruiken.’
En dat waren intensieve sessies. ‘Alles moest kloppen’, legt Kersbergen uit. ‘En dus heel
vaak spelen. We hadden nog twee dagen over, maar de drummers waren ziek naar huis.’
Houwer: ‘Het is een gevoel van stress dat je bij shows niet hebt, dan ben je niet in zo’n korte
tijd zo gefocust.’
————————————————————————————————-

Lost Bear | Limshasa

Kindamuzik| Alexis Vos | 12/05/2011

Pure jarennegentigrock imponeert bij vlagen.

Hoewel Limshasa pas het debuut is van Lost Bear, heeft de Utrechtse formatie al een indrukwekkende livereputatie opgebouwd. De zevenkoppige groep geeft elke keer intense optredens, waarbij gitaren in het rond vliegen, bandleden over elkaar heen buitelen en een geluidsmuur van epische proporties wordt opgezet. Op plaat doen de heren het iets rustiger aan, maar ook daar druipt de passie van de muziek, die als soundtrack kan dienen voor een aflevering van MTV’s 120 Minutes.

Alle belangrijke indierockreleases tussen 1989 en 1995 hoor je namelijk terug op Limshasa, waarbij Modest Mouse, Built to Spill en Dinosaur Jr. als steunpilaren dienen. De gitaristen wisselen scheurwerk af met intelligente licks, terwijl twee drummers originele partijen op de mat leggen. De muziek is divers. Pure gitaarpop wordt afgewisseld met postrock, screamcore en grunge – dit laatste dankzij zanger Casper Steenhuizen, die klinkt als het neefje van Eddie Vedder.

Het basisniveau van Lost Bear is vrij hoog en Limshasa zit vol met leuke, muzikale vondsten. Misschien wel te veel, want elk nummer wordt zo volgestopt dat de luisteraar zich nergens aan vast weet te klampen. Het zijn dan ook de conventionele nummers als ‘How We Love Movies’ en ‘Mustard Ease’ die ver boven de rest uitsteken.

Met iets meer focus en iets minder geldingsdrang kan Lost Bear in de Europese indiescene hoge ogen gaan gooien.

(http://www.kindamuzik.net/recensie/lost-bear/limshasa/21578/)
————————————————————————————————-

LOST BEAR: Limshasa

OOR | Theo Ploeg | 01/05/2011

Überretro. Zo klonk Lost Bear op de split die de Utrechters maakten met stadsgenoten Schotel Van De Dag. Dat label kun je ook zo op debuut Limshasa plakken. Al is pastiche misschien beter. Dat is geenszins een diskwalificatie. Integendeel. Lost Bear begeeft zich in de voorhoede van Nederlandse bands die hun inspiratie halen uit de tijd dat indierock nog echt indie was. Voor Nirvana mainstream werd, zeg maar. En zo klinken de zeven Utrechters dus ook. Net als bij The Sugarettes en Nikoo druipt de passie er bij Lost Bear vanaf.

De liedjes rammelen aan alle kanten, klinken onvast, maar ontsporen wonderwel niet. Alsof de mannen van Lost Bear willen zeggen: het gaat ons om de passie, de rest kan ons gestolen worden. Maar er is bij de Utrechters meer aan de hand. De liedjes die ze maken zijn namelijk geweldig. Nogmaals: echo’s van Dinosaur Jr., Pearl Jam, Buffalo Tom en fIREHOSE klinken door. Origineel? Niet bepaald. Oorspronkelijk? Dat dan weer wel. Wie de bebaarde mannen tekeer hoort gaan in Attacked By Millions weet: dit is oprecht, dit is gemeend. ‘Summer in Texas’, klinkt het in Peanuts, Cherries, and Hate. En ja, het voelt alsof je er bij bent, daar in Texas. Kortom, geweldig album. Laat die eerste golf Neder-indie maar komen.

(http://www.oor.nl/albums_overview.asp?letter=L&albumType=2#reviews/albums/9401/limshasa)

————————————————————————————————-

Lost Bear – “eigenlijk maken we classic noise rock”

FRET | Frank Antonie van Alphen | 28/04/2011

Toen naast de al gevraagde drummer ook een andere drummer kwam opdagen, besloot indieband Lost Bear met alletwee te gaan werken. Resultaat: volwaardig album Limshasa. Een gesprek met gitarist Stefan Breuer en drummer Gibson Houwer.

‘Het leek precies wat ik zocht’, zegt Gibson. ‘Ik trok me er niets van aan dat ze al een drummer hadden. Nu versterken we elkaar in kracht en diversiteit. Het is een belangrijk onderdeel van het geluid en gevoel geworden.’ Dat “Indierock” heet. Stefan: ‘Het is een genre-omschrijving die meer omvat dan wij ermee bedoelen. Elke alternatieve rockband wordt in deze hoek gestopt. Daarbij mist het vaak de oorspronkelijke betekenis: een band die het onafhankelijk van een “hogere baas” – of nou industrie of label – probeert te redden. De grenzen hiertussen zijn vervaagd. Wij vinden dat we indie maken omdat we alles muzikaal en zoveel mogelijk daaromheen in eigen hand houden. Met hulp van vrienden. Maar wij maken de beslissingen. Eigenlijk maken we Classic Noise Rock.’ Gibson: ‘Om holle kwalificaties te gebruiken: alles tussen alternatieve rock, emocore, post-rock, folk en noise.’

Prachtige akoestiek
Stefan en Gibson: ‘Het was een logische stap om de productiviteit in een volwaardig album te bundelen na de 10″ split release van 2009 (met de Utrechtse band Schotel van de Dag) . De liedjes waren er. Een aantal inzichten die tijdens onze Balkan-tournee ontstonden, hebben we meegenomen in het afmaken van Limshasa. De drums namen we tussen kerst en oud & nieuw 2009 op in Theater Kikker in Utrecht, vanwege de prachtige akoestiek. De bas in een kraakpand in Rotterdam, de gitaren in een verlaten huis in Utrecht, de trompet in de gang van een Rotterdamse studio – de zang in een Amsterdamse. Naast homestudio’s en oefenruimtes vergeet ik vast nog locaties. Al die verschillende sferen en geluiden zochten we voor Limshasa.’ Gibson: ‘De liedjes waren grotendeels al geschreven vóór de Balkan-tour (van negen shows). Ik denk dat we daar dichter bij elkaar zijn gekomen in veertien dagen en 6000 km rijden. En misschien dichter bij onszelf. We zijn meer vragen gaan stellen over de wereld om ons heen.’ Stefan: ‘Er gebeurt daar weinig op het gebied van (rock)muziek dus de opkomst was meestal fantastisch. Ook was er erg de behoefte om een feestje te bouwen gezien de uitbundige reacties. De mensen zijn openhartig, behulpzaam en geïnteresseerd.

Trieste Verhalen
Gibson: ‘Veel Balkanrock is etnisch gerelateerd. Met daarnaast harde punk en metal. Mensen vonden het heel gaaf dat wij in stevige rock veel emotie leggen. Ze gingen er vaak helemaal in op. We hoorden trieste verhalen van mensen die niet meer met hun vrienden muziek konden maken omdat hun families het er niet mee eens waren dat zij met andere etnische groepen omgingen. We spraken met een aantal jonge mensen die een grote last op hun schouders droegen omdat ze de laatsten waren die de familienaam konden voortzetten. De rest van de familie was omgekomen. Eigenlijk wilden ze gewoon jong zijn, feesten en (nog) niet teveel nadenken over zulke dingen. Daar hebben we, zei het tijdelijk, een bijdrage aan geleverd.’

(FRET magazine mei/juni 2011)

————————————————————————————————-

Lost Bear – Limshasa

File Under | Jasper | 21/04/2011

Beren zijn tegenwoordig hip in bandnamen. Grizzly Bear. Panda Bear. Minus The Bear. Dan ben ik waarschijnlijk nog een paar vergeten. Het Utrechtse Lost Bear kan zich vanaf heden toevoegen aan het lijstje. Het debuutalbum Limshasa vist in de vijver van bands als Hüsker Dü, Dinosaur Jr. en Trail of Dead. Het eerste wat me opvalt is de rauwe, Albini-achtige productie. Ondanks het feit dat de band maar liefst zeven koppen telt, waaronder twee drummers, lijkt het alsof er relatief weinig is toegevoegd naast het totale bandgeluid. Lost Bear is niet schuw voor een experimentje, zoals het gebruik van mondharmonica in “Ten Cities” en de Broken Social Scene-achtige koortjes in “Peanuts, Cherries and Hate”. De nummers lopen in het begin van Limshasa stroefjes naar elkaar over, waardoor het klinkt als een bundel van B-kantjes achter elkaar. Pas vanaf de laatste zes nummers komt de plaat écht goed op gang. Hoewel de vocalen soms qua overdrevenheid tot Caleb Followil-niveau stijgen is “Caterpillar” een kraker van jewelste. Door de zompige bas en dreigende gitaarriedeltjes toont “Boat” veel raakvlakken met Slint op hun meesterwerk Spiderland. Nadat de boot zinkt in een zee van noise lijkt de prachtige, melancholische afsluiter “Mustard Ease” wel een heldere zonsopgang na een tropische storm. Tijdens Limshasa mijdt Lost Bear de valkuilen van pretentie niet helemaal. Maar op indrukwekkende wijze hervinden ze de rode draad, die leidt naar een imponerende climax. Een debuut om mee thuis te komen!

(http://www.fileunder.nl/archives/2011/04/lost_bear_limshasa.php)

————————————————————————————————-

Lost Bear – Limshasa

Podiuminfo.nl | Francis Pronk | 14/04/2011

Hoe vaak zie je een zevenkoppige band met maar liefst twee drummers? Je hoeft niet ver te zoeken, want in Utrecht is zo’n band te vinden. Dit geeft Lost Bear sowieso een voorsprong in originaliteit. Lost Bear, dat wel met Dinosaur Jr. wordt vergeleken, heeft lange tijd gewerkt aan hun debuutalbum Limshasa. Tijdens hun tour door o.a. Servië, Kosovo en Kroatië hebben ze aan hun plaat gewerkt en het werd afgerond in Theater Kikker in Utrecht.

De debuutplaat van deze zevenkoppige band is gereleased op 1 april. Dit was zeker geen grap, want de band is erg serieus bezig geweest met het maken van deze plaat. Er wordt door verschillende media erg positief over deze formatie gesproken en dat maakt de verwachtingen extra hoog. Bij het beluisteren van het eerste nummer maak je kennis met de rommelende indierock van Lost Bear. De band heeft een poging gewaagd om de luisteraar de jaren negentig te doen herleven en ze zijn daar aardig in geslaagd.

Ook erg positief dat de nummers niet op elkaar lijken. Er zit veel variatie in dit album; zo hoor je aan het begin van ‘Ten Cities’ een mondharmonica voorbij komen en in openingstrack ‘Till Crying’ zijn de klanken van een trompet goed te horen. ‘Ten Cities’ begint redelijk rustig, maar uiteindelijk worden de longen uit het lijf geschreeuwd. Je moet goed luisteren om de twee drummers te onderscheiden. Het gaat er stevig aan toe en het is duidelijk dat we te maken hebben met een band die klaar is voor een breder publiek. Veel nummers hebben als opbouw een rustig begin met een bombastisch einde. Een goed voorbeeld hiervan is ‘Microscope’, waarbij op het einde de zang wordt afgewisseld met screams.

Lost Bear brengt op Limshasa kwaliteit door veel variatie op het album en de boeiende zangpartijen. De band legt het accent veel op het opbouwen van climaxen en dat heeft als gevolg dat de nummers vaak een andere wending hebben dan je verwacht. Een uitstekend debuut van een bijzondere band.

3,5/5 stars

(http://www.podiuminfo.nl/recensie/4459/Limshasa/Lost_Bear/)

————————————————————————————————-

Lost Bear – ‘Limshasa’

MusicFromNL | Jos van der Linden | 13/04/2011

Je kunt het een zware bevalling noemen, de eerste luisterbeurt en tevens de directe kennismaking met het debuutalbum en de band Lost Bear. Maar na zeven luisterbeurten vallen veel puzzelstukjes toch bijzonder goed in elkaar. Zeven keer luisteren naar ‘Limshasa’, laat de band nou ook met zeven leden zijn. Toeval of hogeschool-muziek? Dat laatste wat ons betreft, want een geoefend oor hebben we nodig. De nummers slingeren je heen en weer langs diverse stijlen en halen de meest uiteenlopende referenties omhoog. Het is al geschreven en we zullen niet de laatste zijn die het aangeven, maar Dinosaur Jr. en Pavement ten tijde van begin jaren negentig, zijn daadwerkelijk de grootste Amerikaanse indierock parallellen. Maar daarnaast is er met twee drummers in de band volop aandacht voor interessante ritmiek, waardoor hier en daar gelijkenissen met The Mars Volta opduiken. En we horen zelfs Pearl Jam en Hell Is For Heroes, nou diverser dan dit gaat het niet worden.

Muzikaal gezien worden we al flink in de breedte gegooid, maar ook vocaal gaat ons oor de test aan. Casper Steenhuizen zingt het ene moment alsof hij in een lo-fi rockband zit, waarna hij het andere moment kiest om krachtig te schreeuwen. Schreeuwen? Jawel, op de rand van emo zelfs, maar met een rauwe tint zoals Cedric Bixler-Zavala (At The Drive-In) dat heeft. De diversiteit van de muziek en vocalen worden misschien wel het beste samengevat in uitblinker ‘How We Love Movies’. Naast dit nummer staat het debuut vol met uitstekende composities. Hoewel op het eerste gehoor wellicht redelijk ontoegankelijk, is het na die zeven luisterbeurten een fantastische ontdekking dat er zelfs catchy stukken in zitten, zoals bijvoorbeeld het simpele maar de oh zo doeltreffende meerstemmige zanglijntjes “Pa pa pada pa pa pada…” van ‘Peanuts, Cherries, And Hate’.

Laten we de trompet niet vergeten die een meer dan welkome en tevens eigenzinnige toevoeging is bij de muziek van Lost Bear. Bij ‘Caterpillar’, overigens ook weer met catchy meerstemmige zang op het eind, heeft deze een hoofdrol in het intro, maar ondersteunt het instrument het nummer verder prima. Door de productie lijkt het wat weg te vallen en moet het geoefende oor weer in actie komen, maar hij is aanwezig. Ook bij andere nummers is de trompet soms duidelijk en soms wat minder goed te horen. Of dat een bewuste keuze is of dat dit door de muur van geluid van heftige gitaarpartijen en twee drummers gewoon wegvalt is ons niet duidelijk. Want die muur is er met een zekere regelmaat. De nummers op de plaat variëren van twee minuut durende heftige erupties (‘Attacked By Millions’) tot zorgvuldig opgebouwde composities van meer dan vijf minuten die uitbarsten in een climax (‘Ten Cities’).

Het moge duidelijk zijn dat uw recensent de zeven luisterbeurten al ruimschoots heeft overschreden. Dat heeft een reden, ‘Limshasa’ is een kwalitatief en muzikaal interessant debuut. In het tijdperk waar vele festival line-ups er hetzelfde uit zien en de massa alleen maar de zogenaamde serieuze talenten wil zien, komt Lost Bear als een verademing. Hoewel de band naar eigen zeggen is begonnen met de voeten in de jaren negentig, hebben de hoofden het weten te vertalen naar het heden. Lost Bear is indie, Lost Bear is nineties, Lost Bear is noise, Lost Bear is emo, Lost Bear rammelt strak, Lost Bear is catchy, Lost Bear is 2011. Verrek dat zijn er weer zeven. Toeval bestaat niet.

(http://www.musicfrom.nl/magazine/recensies/37096/lost-bear-limshasa.html)

————————————————————————————————-

Lost Bear – Limshasa

De Krenten Uit De Pop | Erwin Zijleman | 30/03/2011

Er wordt al enige tijd reikhalzend uitgekeken naar het debuut van de uit Utrecht afkomstige band Lost Bear. De band timmerde de afgelopen jaren stevig aan de weg op het podium en wist zich in de kijker te spelen van Nederlandse “bandwatchers” als VPRO’s 3voor12, OOR en Kindamuzik, die Lost Bear al ver voor de release van het debuut van de band hebben uitgeroepen tot grote belofte voor de toekomst. Op 1 april verschijnt dan eindelijk het debuut van Lost Bear en dat is zeker geen grap. Op Limshasa imponeert de band, die onder andere twee drummers (!) en een trompettist (!!) in de gelederen heeft, met rockmuziek die je mee terugneemt naar de hoogtijdagen van met name Dinosaur Jr. (hoogtijdagen die overigens tot op de dag van vandaag voortduren) maar ook met twee benen in het heden staat. Invloeden uit de eigenwijze indierock uit de jaren 90 (denk aan Dinosaur Jr., maar ook zeker aan bands Pavement, Modest Mouse, Hüsker Dü, Sonic Youth, het recent weer opgedoken Buffalo Tom en zelfs aan Nirvana en Pearl Jam) staan centraal op het debuut van Lost Bear, maar gelukkig gaat de band een stuk verder dan het nauwgezet reproduceren van de overigens bijzonder smakelijke gitaarmuziek uit dit al weer deels vergeten decennium. Limshasa staat vol met authentiek maar tegelijkertijd hedendaags klinkende rocksongs. Het zijn songs die vol onverwachte wendingen zitten, maar toch ook bijzonder toegankelijk en aangenaam uit de speakers knallen. Er zijn meer bands als Lost Bear, maar de Utrechters zijn wat mij betreft net wat eigenwijzer en onderscheiden zich hierdoor met gemak van de concurrentie. Dit uit zich niet alleen in de instrumentkeuze (naast een trompet schuwt Lost Bear ook onder andere de mondharmonica niet), maar vooral in de wijze waarop de band constant buiten de gebaande paden treedt. De muziek op het deels op de Balkan (dat hoor ik dan weer niet) opgenomen Limshasa klinkt aan de ene kant bekend in de oren, maar zet je toch ook steeds op het verkeerde been. Hierbij kan een toegankelijke rocksong ontaarden in chaos, maar Lost Bear bewandelt gelukkig ook net zo makkelijk de tegengestelde route. Limshasa is mijn eerste kennismaking met de muziek van Lost Bear en ik moet zeggen dat de plaat mijn verwachtingen op alle fronten heeft overtroffen. Ik ga er echter van uit dat de plaat ook zal voldoen aan de veel hogere verwachtingen van de hierboven genoemde bandwatchers, wat de conclusie rechtvaardigt dat Lost Bear zich met haar debuut schaart onder de smaakmakers van de Nederlandse rockmuziek. Een hele knappe plaat van een band waarvan we hopelijk nog veel meer gaan horen.

(http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2011/03/lost-bear-limshasa.html)

————————————————————————————————-

Lost Bear – Limshasa

Platomania | Martijn Koetsier | 25/03/2011

Geheel volgens de algemene revivaltheorie zijn we sinds het begin van dit decennium toe aan een herleving van de jaren negentig. Een tijdperk dat grossierde in alternatieve gitaaracts, waar de Utrechtse band Lost Bear hoorbaar ook menig uurtje mee op de walkman heeft gespendeerd. Dat die tijdsbesteding zijn vruchten heeft afgeworpen wordt al duidelijk als Limshasha opent met Till Crying, waarin Dinosaur Jr weerklinkt met een authenticiteit die bijna eng is. Qua gitaarsound en vocalen klinkt de band echter een stuk moderner en vooral spannender. Grootse riffs worden slim vermeden, maar ingewisseld voor spannende akkoordenwisseling en onvoorspelbare melodieën. De toegankelijkheid van de plaat heeft daar echter niet onder te lijden en zorgt zo voor een fascinerende combinatie van verdraaid slim compositiewerk en een natuurlijk gevoel voor pakkende songs. En daar is die ene misplaatste en vooral overbodige mondharmonica best mee te vergeven.

(http://www.platomania.eu/album/index/id/1980406)

————————————————————————————————-

Lost Bear – Limshasa

Der Impuls | J. Geitner | 22/03/2011

Seit I Am Oak bin ich vom kleinen niederländischen Label Snowstar Records begeistert, welches von einem sehr netten jungen Mann geführt hat, der einen guten Blick für grandiose Musiker aus seiner Umgebung hat. Die neuste Veröffentlichung ist die von Limshasa der Band Lost Bear. Die Indie-Rockband aus Utrecht hat sich 2007 zusammen getan. Das Besondere an dieser Gruppe sind zweifelsohne die beiden Schlagzeuger, die für abwechslungsreiche Rhythmen sorgen.

Beim Lauschen schießen viele Namen ins Gedächtnis: Pearl Jam, Modest Mouse, Dinosaur Jr., At The Drive-In oder Pavement. Ein Blick zurück in die guten 90er. Eine Zeit der vergangenen Jugend, wo der Musikgeschmack dem heutigen gar nicht mehr ähnelt und doch jedes Mal aufs Neue ein komisches aber auch angenehmes Gefühl in der Bauchgegend verbreitet. Alle diese Einflüsse haben die sieben (!) Musiker in ihr Werk einfließen lassen.

In ihrer Heimat sind die explosiven Konzerte schon legendär und sorgen für Gesprächsstoff. Und hoffentlich finden sie ihren Weg nach Deutschland um das hiesige Publikum ebenfalls zu begeistern. Die Platte ist schon mal ein guter Eindruck was einem dort erwartet. Am 12. März gab es eine Releaseshow und für jeden Besucher eine CD vorab frei auf die Hand.

Um die kurze Wartezeit bis zum Release zu überbrücken gibt es eine erste Hörprobe bei bandcamp im Stream. How We Love Movies gehört zweifelsohne zu den besten Tracks von Limshasa. Für alle, die gerne in Erinnerung schwelgen wollen.

(http://derimpuls.blogspot.com/2011/03/lost-bear-limshasa.html)

————————————————————————————————-

Lost Bear is bad ass

3VOOR12 UTRECHT | Marc van der Laan | 16/03/2011

In ‘Our Band Could Be Your Life’ schetst de Amerikaanse schrijver en popjournalist Michael Azerrad de opkomst van de Amerikaanse indiescene in de jaren 1981 – 1991. Via portretten van bands als Black Flag, Hüsker Dü, Sonic Youth en Fugazi beschrijft hij hoe jonge kids na de neergang van de punk op hun eigen manier opboksten tegen de ontoegankelijke gevestigde platenindustrie. Met het van rebelse punkbands geleende diy-ethos creëerden ze langzaam maar zeker een ondergronds netwerk van kleine labels, bands, fanzines en podia. Het boek gaat niet zozeer over de muziek maar vooral de kameraadschap, het doorzettingsvermogen en de eigen identiteit van labels en scenes rond de bands. De bands ontwikkelden hun netwerken dichtbij: bij vrienden, klasgenoten en andere muziekliefhebbers. Dat maakte ze tegelijkertijd ook heel toegankelijk voor hun fans

Het boek stopt bij het verschijnen van Nevermind van Nirvana in 1991, een album dat voor veel indie bands de poort naar de reguliere muziekindustrie opende. In het kielzog van Nevermind kregen ook andere bands mogelijkheden die ze zonder dat album misschien niet hadden gehad. Meer nog dan een commerciële doorbraak betekende dit dat alternatieve muziek breder beschikbaar kwam. Vanaf de jaren negentig konden we ook in Nederland ruimschoots kennis maken met bands die zich buiten de begaande muzikale paden gaven.

Bands uit die periode vormen een gezamenlijk referentiekader voor de Utrechtse band Lost Bear. Alle leden hebben met meer of minder succes in andere Utrechtse bands gespeeld maar met Lost Bear doen ze het zoals veel bands ooit begonnen zijn: met vrienden die van dezelfde muziek houden in een bandje spelen. Als ze al torenhoge muzikale ambities hebben gehad zijn ze inmiddels door schade en schande wijs geworden: het hebben van plezier is minstens zo belangrijk.

Dat is ook het beeld dat naar voren komt op de presentatie van debuutalbum Limshasha in Theater Kikker. In aanwezigheid van veel vrienden en mensen rond de band en het platenlabel Snowstar spelen ze een heftige maar rommelige set. Liedjes met killer hooks worden afgewisseld met meer chaotische nummers. Flauwe grappen worden opgevolgd door een intens uitgevoerde albumtrack. De lol van het spelen en de kameraadschap lijken belangijker dan een perfecte uitvoering van de nummers.

Is het dan allemaal een grote grap? Dat zeker niet, de avond is in elk geval met zorg samengesteld. De mooie zaal van Theater Kikker vormt de perfecte locatie voor het schitterende decor dat is ontworpen door Tammo Kersbergen, één van de twee drummers (weer een staaltje onvervalste diy-mentaliteit overigens). De andere bands op de avond komen uit de vriendenkring maar zijn niet méér van hetzelfde. Thijs Kuijken geeft als Oasem een doorkijkje van het nieuwe I am Oak-album dat in mei verschijnt. Tussen zijn stemmige, elektronische folknummers refereert hij nog even aan de jaren negentig met een toffe cover van Nirvana’s Something in the Way. DS-10 Dominator krijgt met zijn Nintendo-core al snel de bezoekers in beweging en Kytopia-band La Boutique Fantastique sluit af met een dj-set.

En Lost Bear? Ondanks de soms rommelige stukken kan passie en plezier de band niet ontzegd worden en het slot van de set is gewoon sterk. Met DS-10 Dominator als achtste bandlid eindigt de band het nummer Boat zittend op het podium in een storm van feedback. Na een kort rustmoment trappen de mannen nog voor een laatste keer vol op het gas. Misschien zegt Thijs Kuijken het wel het meest treffend: “Lost Bear is bad ass”.

(http://3voor12.vpro.nl/artikelen/artikel/44554609)
————————————————————————————————-

Lost Bear: rammelende indiepop op z’n best

theoploeg.net | Theo Ploeg | 10/03/2011

[…] Gelukkig is daar Lost Bear. Gibson Houwer – verdomme, wát een naam – van de band mailde me dat de baardmannen de laatste hand legden aan debuutalbum Limshasa. Uiteraard mét voorproefje. En ja, plots was daar weer de zin om er iets over te schrijven. Is de muziek van Lost Bear dan zo bijzonder? Ja, dat is ze.

Eerder was ik overdonderd door de passie en kracht die sprak uit de split van de band met stadsgenoten Schotel Van De Dag. In OOR schreef ik:

“Schaamteloos Pearl Jam persifleren? Griezelig echt klinken als Dinosaur Jr. anno 1989? Lost Bear doet het en komt er mee weg. Want God, wat klinken de drie nummers op deze split met stadsgenoten Schotel Van De Dag geweldig. Drie keer roepen de Utrechters de hoogtijdagen van de Amerikaanse indie in gedachten. Drie maal klinken ze precies als Pavement, fIREHOSE en Buffalo Tom ooit deden aan het eind van de jaren tachtig. Onvast, verre van perfect, maar gedreven en vol passie. Kortom, deze zeven mannen – die ook actief zijn in Subhuman en Sennen – zijn net zo goed als the real thing ooit was. Zelden klonk rammelende indierock de laatste jaren zo fantastisch als bij Lost Bear.”

Op Limshasa gaan de mannen op dezelfde voet verder. Stel je voor: Andrew Wood komt z’n drugs- en alcoholverslaving te boven, sterft niet en Mother Love Bone blijft betaan. Geen Pearl Jam, dus. Eddie Vedder versterkt eerst de gelederen van Dinosaur Jr. en komt uiteindelijk terecht bij Pavement. Hoe die dan zouden klinken? Als Lost Bear. In mijn OOR-recensie noemde ik de Utrechters überretro. Pastiche is een beter woord. En het maakt Lost Bear helemaal 2011. Pop grijpt momenteel namelijk graag terug op vroeger. Van dubstep tot minimal wave. Lost Bear zoekt ‘t in de Amerikaanse indiepop. In de tijd dat er nog sprake was van indie, van DIY. Vóór alternatief mainstream werd.

En ja, ook op Limshasa doet de band dat goed. Het interessante is dat Lost Bear niet zozeer één of enkele bands persifleert, maar een, eh, houding die in de jaren negentig van de vorige eeuw verloren is gegaan. Ook qua instrumentarium. Blazers, mondharmonica, sitars (in ‘The Sky Scrapes The City’). Dáág hokjes! Wat dat betreft zie ik een duidelijke verwantschap met de indierock van Nikoo en The Sugarettes die muzikaal en ideologisch uit hetzelfde vaatje tappen. Later meer over Lost Bear en de nieuwe, eh, Neder-indie. Nu vast een voorproefje. Limshasa verschijnt op één april.

(http://www.theoploeg.net/2011/03/10/lost-bear-rammelende-indiepop-op-zn-best)
————————————————————————————————-

Lost Bear chaotisch en hard om boven de twee drummers uit te komen

3VOOR12 NL | Jochem Boom | 08/03/2011

De Utrechtse band Lost Bear komt 1 april met het debuutalbum Limshasa., dat deze zaterdag al wordt gepresenteerd in Theater Kikker. De band, die deels bestaat uit leden van I Am Oak, timmert al sinds eind 2007 aan de weg. Het nummer Caterpillar staat op de zestiende Hollandse Nieuwe compilatie.

Lost Bear uit Utrecht heeft een klassieke ontstaansgeschiedenis. Gitarist Stefan Breuer: “Zoals elke goede band zijn we ontstaan uit een groep vrienden die allemaal van muziek houden. We maakten zelf allemaal muziek en zijn toen een band begonnen. Utrecht heeft een goede voedingsbodem voor bands. We kenden elkaar van andere bands waar we in speelden. Dat was ongeveer vier jaar geleden.”

Hoewel Lost Bear uit zeven man bestaat staan de muzikale neuzen allemaal dezelfde kant op. “Natuurlijk is het geluid van Lost Bear gevormd door zeven verschillende invloeden, maar we weten precies wat we met Lost Bear voor muziek willen maken.” Die muziek is moeilijk in te delen, maar zoals ze zelf heel mooi zeggen in de biografie: “Zes mannen begonnen met twaalf voeten in het heden en zes hoofden in de jaren ’90.” En zo klinkt het, ook nu Lost Bear met zeven man is.

Zo’n grote band, waaronder twee drummers, belooft live een hele belevenis te zijn. Breuer: “Onze liveshows zijn chaotisch en hard. We moeten wel hard spelen omdat de rest van de band boven het geluid van de twee drummers uit moet komen. We krijgen tot nu toe goede reacties van het publiek, al lijkt het Nederlandse publiek een beetje verwend. Dat is ook logisch. In Nederland, en zeker in Utrecht kan je iedere dag wel ergens naar bands kijken. Dan ben je als bezoeker alleen nog onder de indruk van de echt goeie bands. Toen we vorig jaar twee weken in de Balkan een tour deden kregen we veel enthousiastere reacties.”

Die tour werd georganiseerd door Spartak, een stichting uit Den Haag die tot doel heeft de Balkan en de rest van Oost-Europa dichter bij West-Europa te brengen. Het bracht de  band langs festivals in Servië, Kosovo, Macedonië, Bosnië en Kroatië. “Het was erg tof om daarvoor gevraagd te worden. Op dat moment waren we net begonnen met een nieuwe tweede drummer, dus die tijd was perfect om als band op elkaar ingespeeld te raken. In die tijd zijn we hechter geworden als band.”

Lost Bear bestaat voor een deel uit leden van I Am Oak, maar dat levert tot nu toe geen problemen op. Breuer: “Lost Bear was er eerder, maar voor mij krijgt geen enkele band voorrang. Het is voorlopig nog prima te combineren.  Het album van Lost Bear komt nu in april uit en aansluitend gaan we een maand touren. De volgende plaat van I Am Oak komt in mei, daar zullen we wel een aantal shows doen, maar een uitgebreide clubtour staat pas in het najaar op de planning. Bij I Am Oak waren wij ook meer erg betrokken sessiemuzikanten. Dat is met het komende I Am Oak album ook zo. Pas nu we het derde album samen gaan opnemen wordt dat ook meer een band.”

Het spelen in meerdere bands heeft volgens Stefan geen invloed op het erg lange opnameproces van het debuut van Lost Bear. “Het duurde vooral zo lang, omdat we geen vaste studio hadden waar we konden opnemen. Nu zijn alle partijen op totaal verschillende plekken opgenomen. We hebben studio’s opgebouwd in oude kraakpanden, bij mensen thuis en in Theater Kikker. Daarnaast was het ook organisatorisch lastig om iedereen op het juiste moment op de juiste plek te krijgen. Toen we alle opnames klaar hadden hebben we ook erg veel aandacht besteedt aan de sound, dus we zijn lang bezig geweest met het mixen.”

(http://3voor12.vpro.nl/artikelen/artikel/44535191)

————————————————————————————————-

Lost Bear al helemaal klaar voor album en EP

3VOOR12 UTRECHT | Mike van Dooyeweert | 26/02/2010

Lost Bear is vanavond een vijfkoppig in plaats van zevenkoppig gezelschap. Trompettist Noël is er niet bij en Ferdinand, een van de twee drummers van Lost Bear, is op dit moment in Mexico. Het weerhoudt het overgebleven gezelschap, bestaande uit zanger Casper, gitaristen Gino en Stefan, drummer Gibson en bassist Arno, er uiteraard niet van om in de oefenruimte nog even flink los te gaan op nummers van hun aankomende debuut-cd. “Waarschijnlijk is de plaat aankomende zomer klaar”, zegt Stefan. “Dat is niet zo’n heel goede periode om een plaat te promoten, dus dan zal het september worden.”

Waarschijnlijk, want de band maakt niet gebruik van één vaste opnamestudio. En dus is het altijd weer even afwachten waar ze de volgende partijen kunnen opnemen. “We zoeken nu nog een plek waar we de gitaren kunnen opnemen”, zegt Stefan. Inmiddels staan de bas- en drumpartijen al op band. In december waren de twee slagwerkers als eerste aan de beurt: de drumpartijen werden opgenomen in theater Kikker. “Dat was hard werken voor de drummers”, zegt Gibson. “We hebben daar zes dagen lang van twaalf tot twaalf gezeten.” Maar de zaal heeft één groot voordeel:  “De akoestiek is er goed”, zegt Stefan. “Je hoeft weinig meer aan het geluid te doen.” De heren zijn ook vol lof over hun geluidsman Tammo, die op de MySpace een eervolle vermelding als achtste bandlid krijgt. “Hij is een onvermoeibare jongen, die echt bergen werk verzet heeft en de juiste spullen bij elkaar heeft gekregen.”

In april vorig jaar verschenen er al drie nummers op een 10 inch split-cd met Schotel van de Dag, een band verbonden aan het Beep! Beep! Back Up The Truck label. “Die drie nummers hebben we in drie dagen tijd opgenomen. Dat is nog steeds wel leuk, maar als je als band een debuutalbum gaat uitbrengen, dan wil je er toch iets van maken. Veel van de nieuwe nummers hebben we al eens live gespeeld. Nu moeten ze nog goed worden opgenomen, met de juiste apparatuur.”

De titel is Limshasa. Stefan geeft een lesje antropologie: “Een Limshasa is een kleitablet dat vaak in een Indiase huiskamer te vinden is. Hierop staan versjes die zijn gebaseerd op dromen en gedachten.” Valt er een link te leggen met het nieuwe album? Is dat ook een collage aan dromen en gedachten? De heren leggen eerder een andere link: “We zijn wel een verzameling uitgesproken persoonlijkheden. We hebben allemaal wel een redelijk grote bek, maar daarmee bereik je wel wat meer. Het is niet altijd even makkelijk, soms vermoeiend. We zijn met zo veel bandleden en iedereen legt zijn ziel bloot”, zegt Gibson. Maar echte ruzies vinden er nooit plaats. “Het zijn meer vriendschappelijke ruzies.” De band benadrukt dat ze ook vooral veel lol hebben.

En dat is te merken. Niet alleen in de oefenruimte, maar ook na afloop, in het café, gaan de grappen over en weer. Grappen over elkaar, maar ook grappen in de vorm van onzinantwoorden. ”Wat Kyteman met hiphop doet”, zo grapt Casper, “willen wij met indie doen.” Toch even serieus (of niet?): “We hebben het wel gehad over strijkpartijen.” Op het nieuwe album zijn in ieder geval geen samenwerkingen te horen zijn met collega-muzikanten, geen speciale featurings. “Zeven drukke personen in een band is al vermoeiend genoeg.”

Het zevende bandlid, trompettist Noël, zit pas sinds een jaar bij de band. Sindsdien schrijft hij volop mee aan de nummers van de band. “In de nieuwe nummers zitten veel trompetpartijen. En ook wat meer toetsen.” Dat alle bandleden meeschrijven aan de nummers, is iets wat pas sinds kort gebeurt. “Eerst waren het vooral Stefan en Gino die gitaarrifjes bedachten, waarop we verder bouwden”, zegt Gibson. “Tegenwoordig schrijven we echt allemaal mee aan de nummers. Soms gaan we een beetje jammen en dan komt daar iets uit voort. Of niet.” Casper schrijft wel nog steeds de meeste teksten.

Indiebands als Kismet en We vs. Death hebben momenteel veel succes bij onze oosterburen. Een ook Lost Bear is van plan om in Duitsland te gaan optreden. “We willen daar in de zomer een paar shows doen. Het is een land waar we graag heen willen, omdat de indiemuziek er populair is.” Ook zijn al voorzichtige plannen om op zoek te gaan naar buitenlandse distributielabels.

In de tussentijd zijn daar ook nog de andere muzikale projecten, waar een deel van de band druk mee is. Zo speelt Stefan in The Subhuman en I Am Oak en maakt Gino nog altijd deel uit van We Love People In Bearsuits. Maar het valt allemaal prima te combineren. “Dat komt mede doordat er periodes zijn waarin Lost Bear niet oefent”, zo verklaart Stefan.

Maar dat betekent nooit dat de band stilligt. Integendeel: het zevental is heel wat van plan. Het debuutalbum is nog in de maak, ondertussen is Lost Bear al weer bezig aan de EP die daarna moet uitkomen. “Er komen vijf nummers op te staan en hij gaat Shingolai heten.” Opnieuw een uitleg van Stefan: “Dat is een muntje dat in China onder een doorzichtige deurdrempel gelegd wordt, het moet geluk brengen.” Gibson voegt daar aan toe: “Theater Kikker heeft ook een Shingolai. Je moet er maar eens op letten, als je er komt.”

Dit is nu al de tweede keer dat er een naam valt van een gebruik uit een andere cultuur. “Het zijn gewoon mooie woorden”, zegt Stefan. “We hebben geen speciale antropologische interesse, ofzo.” Gibson: “Nee, we sturen Ferdinand er altijd op uit om de wereld te ontdekken.”

(http://3voor12.vpro.nl/artikelen/artikel/43153903)

————————————————————————————————-

SCHOTEL VAN DE DAG / LOST BEAR: Split 10 Inch

OOR | Theo Ploeg | 24/01/2010

Schaamteloos Pearl Jam persifleren? Griezelig echt klinken als Dinosaur Jr. anno 1989? Lost Bear doet het en komt er mee weg. Want God, wat klinken de drie nummers op deze split met stadsgenoten Schotel Van De Dag geweldig. Drie keer roepen de Utrechters de hoogtijdagen van de Amerikaanse indie in gedachten. Drie maal klinken ze precies als Pavement, fIREHOSE en Buffalo Tom ooit deden aan het eind van de jaren tachtig. Onvast, verre van perfect, maar gedreven en vol passie. Kortom, deze zeven mannen – die ook actief zijn in Subhuman en Sennen – zijn net zo goed als the real thing ooit was.Zelden klonk rammelende indierock de laatste jaren zo fantastisch als bij Lost Bear. Ook stadgenoten Schotel Van De Dag (met leden van We vs Death in de gelederen) hebben iets met het verleden. Niet alleen brengen ze een ode aan de fijnste jeugdheld aller tijden, Rintintin. Ondertussen plundert het viertal het hardcoreverleden van, jawel, eind jaren tachtig en begin jaren negentig van de vorige eeuw. Dat doet Schotel Van De Dag met verve. Echo’s van No Means No en Victim’s Family klinken door. Inclusief humor. Je zou bijna zeggen: geweldige überretro, deze split. Maar dat is te eenvoudig. Daar is de pastiche van Schotel Van De Dag en Lost Bear gewoon veel te goed voor. Kan niet wachten op meer materiaal van deze twee Utrechtse indiebands.

(http://www.oor.nl/albums_overview.asp?letter=L&albumType=2#reviews/albums/8315/split_10_inch)

————————————————————————————————-

Lost Bear: “We zijn een stel idioten dat serieus muziek maakt”

3VOOR12/UTRECHT | 16/04/2009

Lost Bear blies afgelopen maand op Tweetakt iedereen weg. De mix van vurig enthousiasme, de betere indie uit de jaren negentig en pop, bombardeerde de band in een klap tot Grote Nieuwe Belofte. Zaterdag presenteert het zestal de eerste 10’’ samen met Schotel Van De Dag. Hoog tijd voor een gesprek met zanger Casper Steenhuizen en gitaristen Gino Miniutti en Stefan Breuer over indie, jezelf zijn, de X factor (en ook een beetje over geilheid).

Laten we beginnen bij het begin.

Gino: “Het begin? Dat ligt bij Maurits Hagemans. Ik maakte muziek met hem in We Love People In Bearsuits en destijds maakte hij een liedje dat Lost Bear heette. Een heel mooi liedje trouwens; over dat hij zijn beertje was kwijtgeraakt. Echt een hit. Vervolgens kregen we samen het idee om indierock liedjes te gaan maken onder die naam.”

Stefan: “Dat wist ik helemaal niet!”

Gino: “Is echt zo, maar dat is er met hem nooit van gekomen. Ik ben in m’n eentje demootjes gaan maken. Vervolgens kwam ik Casper tegen. Ik dacht eerst: ‘wat is dat voor figuur met z’n lange vieze haar’. Maar tijdens ons eerste gesprek zei hij dat hij van Pavement hield en toen waren we vrienden. The Sub (Stefan) kwam ik later ook tegen, ik kende hem een beetje van optredens. Op een keer waren we in Tivoli toen hij me vroeg of ik Built to Spill kende. Toen waren ook wij vrienden.”

Casper: “En toen kwam Arno erbij en vroeg me of ik Danko Jones kende, ik zei ja, maar toen waren we nog geen vrienden.”

Gino: “Via Stefan zijn de andere gasten erbij gekomen. Arno is z’n broer. Ferdinand en Gibson kwamen er tegelijkertijd bij. We hadden ineens twee drummers.”

Stefan: “En Gibson met z’n grote mond; die moest en zou ook drummen. We konden niet kiezen dus lieten we het maar zo. Uiteindelijk bleek het best wel vet te zijn.”

Wat is de meerwaarde van twee drummers?

Stefan: “Het geluid is een stuk voller. Het is meer een rollende trein. Zeker live is het tof, want twee drummers in actie is heel vet om te zien. Omdat het een uit elkaar getrokken drumstel is, kunnen ze er meer dingen mee doen dan met een normaal drumstel.”

Casper: “We zijn nu bijvoorbeeld bezig met een liedje waar een lang gerekte roffel onder zit. Die roffel gaat over het hele drumstel, een echo haast.”

Gaat het schrijven en maken vanzelf? Of neemt iemand het voortouw?

Stefan: “Er moet wel iemand zijn die met zes man de boel in toom weet te houden, anders gaat iedereen door elkaar spelen of naakt rond rennen. Ik was meestal degene die de repetities leidde, maar de laatste tijd is het minder nodig is. Verder doen Gino en ik veel samen en komen de rest ook steeds meer met vette ideeën.”

Gino: “Ja, het is echt een creatief proces van zes mensen geworden.”

Hoe zouden jullie je muziek omschrijven?

Gino: “Ik zie het als indierock uit de jaren negentig. Maar het is eigenlijk een combinatie van alle muziek uit de jaren negentig die wij goed vinden: punk, emo en een beetje hardcore.”

Stefan: “Het is muziek waar we allemaal mee zijn opgegroeid. Ik denk dat je onze stijl het beste kan omschrijven als een kruising tussen Pavement en Dinosaur Jr.”

Gino: “En een vleugje Sunnyday Real Estate.”

Stefan: “Ja.”

Gino: “En een beetje Modest Mouse en een beetje Cap ‘n Jazz en een beetje Polvo…”

Stefan: “Beetje Guided by Voices ook.”

Gino: “Tikkeltje Soundgarden.”

Casper: “Gewoon Stefan’s cd kast denk ik.”

Gino: “Voor mij persoonlijk is het ook wel Bon Jovi.”

Stefan: “Het laat zien dat wij ontzettend veel van muziek houden.”

Dat klinkt als een ode aan jullie helden?

Casper: “Het is geboren uit verlangen naar muziek uit die tijd, ja. Een soort nostalgie.”

Stefan: “Maar we hebben niet van te voren bedacht dat we precies dit zouden gaan maken.”

Gino: “Nee, het kwam er gewoon zo uit en dat is best logisch. Als je van Mondriaan houdt ga je ook geen Picasso natekenen.”

Stefan en Casper proesten het uit.

De pop elementen ontbreken trouwens ook niet.

Gino: “Klopt. We maken echte liedjes, maar we combineren alle stijlen.”

Stefan: “Het liedje ‘Smoke’ begint bijvoorbeeld met heel veel geschreeuw en chaos maar het refrein is toch wel weer heel catchy. Op deze manier is onze muziek heel afwisselend, maar we hebben wel onze eigen sound. Ik denk dat dit vooral komt door de persoonlijke speelstijl die we allemaal hebben. Als autodidacten hebben we letterlijk ons eigen geluidje gecreëerd.”

Casper: “Ik schrijf trouwens geen liedjes als ik mijn teksten schrijf. Ik zie het meer als kleine gedichtjes.”

Jouw teksten zijn zowel op de 10” als live vaak slecht verstaanbaar.

Casper: “Tja, dat hoort nou eenmaal bij het genre, dat is indie. De zang is geïntegreerd in de muziek.

Waar gaat ‘Cheerful Abortion Clinic’ bijvoorbeeld over? De titel klinkt als een perfect Christelijk thema.

Casper: “Het gaat niet over abortus ofzo. Het gaat over het uitsnijden van je hart, zodat je je hartzeer niet meer voelt. En je hart laat je dan vervangen door een leuk schilderijtje. Maar uiteindelijk verlang je er toch weer naar terug.”

Stefan: “Als ik zelf naar muziek luister, luister ik trouwens niet meteen naar de tekst. Dat komt later pas.”

Gino: “Ja, het is ook spannender als niet meteen alles blootgegeven wordt op ‘t eerste gehoor.”

Stefan: “Allereerst moet de muziek en de melodie gewoon goed zijn.”

Casper: “Dat mis ik in heel veel muziek van tegenwoordig, het lijkt allemaal zo ritme-gericht.”

Gino: “Huh? Wat bedoel je?”

Casper: “Dat popliedjes niet meer zo heel melodieus zijn. Dat het altijd dansbaar moet zijn ofzo.”

Gino: “Ja, de meisjes moeten er allemaal op kunnen dansen.”

Dat zouden jullie vast ook leuk vinden, als meisjes op jullie liedjes zouden dansen?

Gino: “Natuurlijk.”

Casper: “Maar bij ons zal dat niet zo gauw gebeuren.”

Stefan: “Onze muziek is meer voor jongens die naar hun schoenen willen staren en met hun hoofden willen knikken. Daarnaast is het ook meer iets voor het hoofd dan voor het lijf.”

Jullie zijn nu een jaar en vijftien liedjes verder. Kunnen we zeggen dat het hard gaat?

Stefan: “Ja, maar dat moet wel met deze band, want het voelt wel alsof we iets bijzonders in handen hebben.”

Casper: “Klopt!”

Stefan: “En dan wil je niet te lang wachten met optredens en liedjes uitbrengen omdat het schrijven ervan gewoon zo snel gaat.”

Worden jullie dé band van Utrecht?

Casper: “Ik vind ons in ieder geval wel verfrissend!”

Stefan: “En we zijn alle zes gewoon héél gedreven. We hebben tijdens elke repetitie of op het podium een bepaalde magie te pakken die ik in ieder geval nooit bij een andere band waarin ik speelde heb gehad.”

Gino: “Ik ook niet. Niet op deze manier.”

Casper: “Er zijn flink wat chemicaliën tussen ons.”

Stefan: “Allemaal zo creatief de hele tijd en gedreven om nieuwe stukken te oefenen of bij te schaven…”

Is hier een verklaring voor?

Gino: “Ik denk dat het vooral komt doordat we dit allemaal al heel lang willen doen.”

Stefan: “Ja, maar serieus. Je hebt niet snel kippenvel als je zelf speelt. En bij deze band heb ik dat wel. Op Tweetakt had ik dat ook, dan kijken we elkaar aan en weten we dat we iets bijzonders aan het creëren zijn, voor ons gevoel dan. Door toeschouwers werd dit ook gezien en dat helpt natuurlijk mee! Dat je op Tweetakt staat en de hele zaal het tof vindt.”

Maar die zaal was wel voor de helft gevuld met vrienden.

Stefan: “Ja, natuurlijk. Maar dat helpt bij het overbrengen van een goede vibe, toch? Daarnaast waren er nog super veel mensen die we niet kenden en het applaus was gewoon hard. Zoals ik al zei gebeurt er iets op het podium dat toeschouwers niet kunnen negeren denk ik. Een soort X factor.”

Casper: “Haha!”

Stefan: “Ja, dat klinkt misschien heel lame, maar ik weet geen betere term. We gaan er zo in op, je kan zien dat we van muziek houden én dat we zes vrienden zijn. Dat is toch een meerwaarde? Maar hoe we verder overkomen…”

Gino: “Ik denk dat Stefan wel een keer wat mooiere kleren mag kopen.”

Stefan: “Nou, nu noem je wel wat. Daar wordt wel echt op gelet. Om een voorbeeld te noemen: ik denk dat mensen soms vinden dat Arno bij het groepje raar afsteekt door z’n hemdje dat op een gegeven moment uit moet omdat hij het warm heeft. Maar zo lang als ik mijn broer ken, doet hij dat en ik denk niet dat je daar aan moet sleutelen omdat het publiek dat misschien niet cool vindt. En weet je, er komen al zoveel voorgefabriceerde bandjes bij. Wij zijn niet bezig met hoe we eruit zien, we willen onszelf kunnen zijn.”

Waarom zouden toeschouwers zich hier druk om maken? Komt de band door Arno’s naakte bovenlijf minder geloofwaardig over, minder indie?

Stefan: “Nou, ik vind het eigenlijk juist indie. Kijk maar eens naar oude Weezer opnames. Dan zie je dat die eerste gitarist precies hetzelfde deed! Nu zag dat er ook wel belachelijk uit, maar ergens is dat juist cool. We willen gewoon onze rare smoelen kunnen trekken. Dat ik mijn tong uit mijn bek mag steken en dat Arno z’n hemd mag uittrekken.”

Casper: “Ik zie eruit alsof ik aan het poepen ben.”

Stefan: “Mensen zijn daar veel te veel mee bezig, hoe je op het podium staat.”

Uitstraling is toch ook belangrijk?

Stefan: “Ja, maar het is toch belangrijker dat als je het wil maken met je band, je jezelf blijft? Als het doorbreken al wil lukken, dan moet het allereerst binnen de groep goed zitten. En dat gevoel hebben we, dus ik vind niet dat we concessies op dit gebied moeten doen. Uiteindelijk zijn we gewoon een stel idioten die wel serieus met muziek bezig zijn, en daar gaat het om.”

Gino: “Onze idioterie komt ook naar boven in onze muziek. Ik vind dat er humor in zit. We hebben bijvoorbeeld het deuntje van Charlie Brown gebruikt voor het liedje ‘Peanuts, cherries and hate’.”

Casper: “Charlie Brown is trouwens best wel indie. Hij heeft echt een nineties stijl qua kleding, en hij heeft ook altijd hetzelfde aan.”

Beep! Beep! brengt jullie release uit. Was Snowstar Records niet vanzelfsprekender geweest?

Stefan: “Ik kan niet alles bij Snowstar uitbrengen hoor, dat wordt te druk. Daarnaast vertegenwoordigt Beep! Beep! de scene waar we in zouden moeten zitten met Lost Bear. Verder is het een heel vet label. Ze hebben echt een vernieuwende aanpak, met die gratis downloads op internet en de Vette Analoge Shit avonden in dB’s. Ze brengen ook hele goede platen uit. De nieuwe We vs. Death is super goed.”

Gino: “Kismet en The Walt zijn ook chill!”

Stefan: “De split release met Schotel van de Dag was hun idee trouwens. Het idee om een 7” uit te brengen is ondertussen veranderd in een 10” . Gewoon omdat zowel Schotel van de Dag als wij barstten van de liedjes.”

Is het niet jammer dat je je plaat moet delen met een andere band?

Gino: “Heel tof juist.”

Casper: “Het is een goede kans om met niet al te veel kosten iets uit te brengen.”

Stefan: “Daarnaast bereik je twee keer zoveel publiek.”

Gino: “Qua stijl passen we ook bij elkaar.”

Stefan: “Deze manier spreekt ons heel erg aan, omdat het ook een beetje dat nostalgische heeft. Vroeger bestond de gewoonte meer dan nu.”

Al plannen voor na de release?

Gino: “Een wereldtour met U2 sowieso.”

Stefan: “Plaat opnemen! Maar die zal volgend jaar pas

(http://3voor12.vpro.nl/artikelen/artikel/41839803)

————————————————————————————————-

Drukke avond vol hoogtepunten op Tweetakt

3VOOR12/UTRECHT | Marc van der Laan | 30/03/2009

[…] Daarna was het de beurt aan Lost Bear. In een klein half uur speelden ze een sterke, afgewogen set waarin de zachtere nummers (‘onze ballad’) en hardere nummers mooi werden afgewisseld. Zanger Casper Steenhuizen heeft een goede strot en gaat lichamelijk helemaal op in de nummers. Ook de afwisseling tussen gitaristen Stefan en Gino is een sterk punt van de band.

Op twee nummers werd Lost Bear ondersteund door een trompet, mogelijk het meest onderschatte instrument uit de (gitaar) popmuziek. Waar dat in het eerste nummer nog een beetje aarzelend op gang kwam was vooral de bijdrage aan de ‘hit’ Hope You’re No Diana bijzonder mooi. Dit nummer verdient het om ook daadwerkelijk een hit te worden. Een hoge notering in de Utrechtse top 30 van het jaar 2009 zit er vast wel in.

Het woord dat bij het zien van het optreden het meest bleef hangen was ‘intens’. Ga om goed gespeelde 90’s indie te zien ook vooral kijken bij de vinyl presentatie op 18 april in dB’s (samen met Schotel van de dag).

(http://3voor12.vpro.nl/artikelen/artikel/41747397)

Toen naast de al gevraagde drummer ook een andere drummer kwam opdagen, besloot indieband
Lost Bear met alletwee te gaan werken. Resultaat: volwaardig album Limshasa. Een gesprek met
gitarist Stefan Breuer en drummer Gibson Houwer: ‘Het leek precies wat ik zocht’, zegt Gibson. ‘Ik
trok me er niets van aan dat ze al een drummer hadden. Nu versterken we elkaar in kracht en
diversiteit. Het is een belangrijk onderdeel van het geluid en gevoel geworden.’ Dat “Indierock”
heet. Stefan: ‘Het is een genre-omschrijving die meer omvat dan wij ermee bedoelen. Elke
alternatieve rockband wordt in deze hoek gestopt. Daarbij mist het vaak de oorspronkelijke
betekenis: een band die het onafhankelijk van een “hogere baas” – of nou industrie of label -
probeert te redden. De grenzen hiertussen zijn vervaagd. Wij vinden dat we indie maken omdat
we alles muzikaal en zoveel mogelijk daaromheen in eigen hand houden. Met hulp van vrienden.
Maar wij maken de beslissingen. Eigenlijk maken we Classic Noise Rock.’ Gibson: ‘Om holle
kwalificaties te gebruiken: alles tussen alternatieve rock, emocore, post-rock, folk en noise.’
Stefan en Gibson: ‘Het was een logische stap om de productiviteit in een volwaardig album te
bundelen na de 10″ split release van 2009 (met de Utrechtse band Schotel van de Dag) . De liedjes
waren er. Een aantal inzichten die tijdens onze Balkan-tournee ontstonden, hebben we meegenomen
in het afmaken van Limshasa. De drums namen we tussen kerst en oud & nieuw 2009 op in Theater
Kikker in Utrecht, vanwege de prachtige akoestiek. De bas in een kraakpand in Rotterdam, de
gitaren in een verlaten huis in Utrecht, de trompet in de gang van een Rotterdamse studio – de
zang in een Amsterdamse. Naast homestudio’s en oefenruimtes vergeet ik vast nog locaties. Al die
verschillende sferen en geluiden zochten we voor Limshasa.’ Gibson: ‘De liedjes waren grotendeels
al geschreven vóór de Balkan-tour (van negen shows). Ik denk dat we daar dichter bij elkaar zijn
gekomen in veertien dagen en 6000 km rijden. En misschien dichter bij onszelf. We zijn meer
vragen gaan stellen over de wereld om ons heen.’ Stefan: ‘Er gebeurt daar weinig op het gebied van
(rock)muziek dus de opkomst was meestal fantastisch. Ook was er erg de behoefte om een feestje
te bouwen gezien de uitbundige reacties. De mensen zijn openhartig, behulpzaam en geïnteresseerd.
Gibson: ‘Veel Balkanrock is etnisch gerelateerd. Met daarnaast harde punk en metal. Mensen
vonden het heel gaaf dat wij in stevige rock veel emotie leggen. Ze gingen er vaak helemaal in op.
We hoorden trieste verhalen van mensen die niet meer met hun vrienden muziek konden maken
omdat hun families het er niet mee eens waren dat zij met andere etnische groepen omgingen. We
spraken met een aantal jonge mensen die een grote last op hun schouders droegen omdat ze de
laatsten waren die de familienaam konden voortzetten. De rest van de familie was omgekomen.
Eigenlijk wilden ze gewoon jong zijn, feesten en (nog) niet teveel nadenken over zulke dingen.
Daar hebben we, zei het tijdelijk, een bijdrage aan geleverd.’

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

%d bloggers like this: